Vruchtwisseling? Waarom?

In de wijktuin de Alphense Wetering werken we volgens biologische principes. Eén daarvan is dat we geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruiken. Eeuwenlang was vruchtwisseling van plantenfamilies de manier om zoveel mogelijk ziekten en plagen te voorkomen en om de grond niet uit te putten.

Vruchtwisseling

Groenten van dezelfde plantenfamilie hebben dezelfde kenmerken. Dat wil zeggen dat ze een gelijkaardige groei en wortelstelsel hebben, dezelfde voedingsstoffen gebruiken en vooral dat ze vaak gevoelig zijn voor gelijkaardige bodem gebonden ziekten en plagen. Als je dus jaar in, jaar uit dezelfde groenten op hetzelfde perceel teelt, kunnen de ziekten en plagen zich heel goed ontwikkelen. Door te werken met vruchtwisseling, kun je dit voorkomen. Ziekten en plagen kunnen zijn aaltjes, schimmels, insecten, knolvoet etc.

Ook is vruchtwisseling belangrijk voor de bodemvruchtbaarheid, de bodemstructuur en het onderdrukken van onkruid. Het ene gewas is een betere voorvrucht dan het andere, omdat bepaalde stoffen in de grond achterblijven of minder worden gebruikt. Zo laten vlinderbloemigen stikstof in de bodem achter. Diep wortelende gewassen verbeteren de bodemstructuur en gewassen die snel de grond bedekken werken onkruid onderdrukkend.

Voor een goede vruchtwisseling gebruiken we een vruchtwisselingsschema, waarbij we de gewassen in groepen indelen, daarin staat welke gewassen na elkaar komen. De cyclus die wij gebruiken is zes jaar. Deze cyclus gebruiken we zowel voor onze groenten in het voorjaar als voor onze groenbemesters in de najaar. Als test hebben we tot nu toe acht verschillende soorten groenbemesters gebruikt. Omdat we laat zijn begonnen met zaaien zullen de meeste planten niet meer in bloei geraken. De boekweit is één van de uitzonderingen, deze plant staat nu wel in bloei.