Op maandag 21 januari bracht de firma van der Spek 20 kuub houtsnippers naar de wijktuin. Met een grote groep vrijwilligers is begonnen met het opnieuw aanleggen van de snipperpaden.
Spaghetti pompoen (klik hier)
Wat te doen met je spaghetti pompoen?
Een spaghetti pompoen bereid je anders dan andere pompoenen; je moet namelijk de ‘spaghetti’ uit de pompoen halen. En daarvoor gaat deze eerst in de oven!
Stappenplan:
- Verwarm de oven voor op 175 graden
- Snij de pompoen doormidden
- Verwijder met een lepel de zaden (die kun je roosteren)
- Bestrijk het vruchtvlees ruim met olijfolie (eventueel met daaraan toegevoegd knoflook, oregano, peper en zout).
- Leg de pompoen met de snijvlakken naar beneden in een grote ovenschaal of op een bakplaat met bakpapier
- Bak in 40 tot 45 minuten gaar
- Ondertussen kun je de vulling maken (voor inspiratie: op internet zijn veel recepten te vinden)
- Als de pompoen zacht is (pas op: heet!), trek je met een vork het vruchtvlees in de vorm van spaghettislierten los, die voeg je aan de vulling toe
- Vul de pompoenhelften en zet nog even terug in de oven (als je bijv. mozzarella of gerapte kaas erover hebt gedaan, dan kan deze smelten)
Tip: maak 2 verschillende vullingen (bijv. 1 zonder en 1 met vlees als daar liefhebbers voor zijn)
Wijktuin viert 10 jarig jubileum (klik hier)
Op zaterdag 22 juni vierden betrokkenen en buren het 10-jarig jubileum van wijktuin De Alphense Wetering. Voorjaar 2014 ging de eerste schep de grond in. Beheerder van het eerste uur Helco Mulder had voor het officiële gedeelte wethouder Gert-Jan Schotanus uitgenodigd. Beiden vonden de Belgische term ‘Samentuin’ het beste van toepassing op het initiatief.
In zijn openingswoord vertelde Helco Mulder over de weg die hij heeft afgelegd om zijn plan voor stadslandbouw te realiseren. Mulder: “Via de gemeente werd ik aan omwonenden gekoppeld. Die richtten stichting De Groene Vinger op en regelden zaken als sponsoring en een website. Ik mocht me met de tuin bezighouden.” Zo transformeerde een stuk weiland tot een levendige wijktuin.
Sociale functie
Mulder, naast beheerder van de wijktuin voorzitter van Stichting De Groene Vinger, bedankte een groot aantal betrokkenen, waaronder de gemeente die veel faciliteerde; van grondbewerking tot het schenken van fruitbomen- en struiken. Met de komst van een heliotroopkas, zithoek, appelhagen en een waterleiding, had de tuin steeds meer te bieden. Inmiddels zijn er 14 vrijwilligers en 25 oogstaandeelhouders en is de sociale functie één van de belangrijkste pijlers van de wijktuin.
Mooie plek
Mulder kondigde Carla Glorie aan, de andere drijvende kracht achter de wijktuin. Samen hebben ze heel wat uren aan de keukentafel doorgebracht om de tuin vorm te geven. Als moestuindocent geeft ze invulling aan de andere belangrijke functie van de tuin: educatie. Jaarlijks krijgen veel basisschoolleerlingen tuinlessen en zijn er wildplukwandelingen en moestuincursussen voor volwassenen. Via Avifauna krijgen leerlingen de les ‘Stampot in de winter’. Kinderen vinden het vooral leuk om van alles te proeven. Glorie: “De wijktuin is een mooie plek om te zijn, te werken en kennis over te dragen.”
Eigen kracht
De derde en laatste spreker, wethouder Gert-Jan Schotanus, is een bekende van de wijktuin. Hij herinnerde zich nog een incident waarbij een iets te enthousiaste aannemer de vergeten groente onder had gespit. De schade was groot en Schotanus maakte zich toen sterk om een oplossing te zoeken. Het houten hek, dat leerlingen van het Groene Hart hebben gemaakt, is aan hem te danken. Schotanus: “Het mooie van dit initiatief is dat het op eigen kracht is ontwikkeld. Het is een ‘Samentuin’ die mensen verbindt. Het concept met oogstaandeelhouders werkt goed en de tuin heeft z’n nut en noodzaak bewezen.” Namens de gemeente overhandigde hij zomerframbozen en een cheque van € 250,-. Daarna was de onthulling van een windspinner in de vorm van een zonnebloem, gemaakt van gerecycled materiaal, de aftrap naar de open wijktuin.
Goede tip en op safari
Tijdens de open wijktuin vertelden vrijwilligers verspreid over de wijktuin over biodiversiteit, voedsel verbouwen, kruisbestuiving bij pompoen en zomersnoei bij fruitbomen. Zomersnoei bleek nodig om de vruchtvorming voor het volgende jaar te stimuleren. Verder konden bezoekers zien dat knoflook naast kool groeide, omdat de geur het koolwitje uit de kolen houdt. Ook konden ze aan de weet komen dat in een bijenhotel verschillende gaatjesgroottes nodig zijn om meerdere soorten sluipwespen en wilde bijen te lokken. Een goede tip was erop te letten dat de randen van de gaatjes glad zijn, anders beschadigen de insectenvleugeltjes.
Kinderen konden natuurparfum maken, op safari door bodemdiertjes te zoeken en een fruitsnoeprondje maken. De kleinsten konden naast de kas naar een sprookje luisteren.
Helco Mulder gaat samen met alle vrijwilligers door op de ingeslagen weg. Hij wist al een goede bestemming voor de cheque van de gemeente: een biodiverse haag, een wens die al langer op het verlanglijstje staat.
Instructie bonen kweken
Bij ons 10 jarig jubileum krijgen bezoekers een zakje bonen mee naar huis. Bij de bonen hoort de volgende instructie.
Bonen: gezond, voedzaam, goed voor de bodem (stikstofbinders) en de biodiversiteit, hoofdrolspeler in de eiwittransitie en ook nog eens erg lekker! In dit zakje zitten 5+4 Heilige boontjes/Soldatenboontjes, 9 zwarte bonen en 1 Stiense boon. Het zijn alle vier stokbonen: ze klimmen langs stokken (2-3 m).
Zaaien: vanaf half mei tot eind juni. Op pollen zaaien, d.w.z. men legt 4 dan wel 5 bonen bij elkaar aan de voet van een stok. Bij zaaien in rijen 10-15 cm tussen de bonen aanhouden. De onderlinge pollen- of rijafstand is ca. 50 cm. De Stiense boon heeft wat meer ruimte nodig. Oogsten: augustus-oktober.
Stiense boon
Zaaien eind april, oogsten peulen juni – juli. Oogsten bonen vers: september. Om te drogen oogsten in oktober.
De Stiense boon is een roodbloeiende pronkboon van het oude type, d.w.z. met draad in de peulen. De stengeltop maakt een cirkelomtrek in een uur en 57 minuten en gaat van het westen naar het zuiden, dus is linkswindend (er bestaan ook rechtsdraaiende varianten).
De Stiense boon is een in Nederland vrij onbekende boon in de keuken. Zijn voornaamste toepassing was het uit de wind houden van andere bonen (voornamelijk eveneens klimmende) sperziebonen, snijbonen en andere gewassen (zoals augurken en tabak).
De Pronkboon (Phaseolus coccineus var. coccineus (L.)) komt oorspronkelijk uit de koude, mistige berggebieden van Mexico en werd door de Azteken reeds geteeld. Het is de minst koude gevoelige boon. In het winderige Zuid-Holland werd tabaksteelt bedreven. Zeker is dat pronkbonen al sinds 1615 werden gebruikt als windsingel rond de tabaksvelden; rond 1615 ontstond de tabaksteelt rondom Amersfoort, in Veere al rond 1610. De Zuid-Hollandse veengrond was er ook goed voor en de nabijheid van de Noordzee verkleint het nachtvorstgevaar van de vorstgevoelige subtropische tabak. Tabak heeft heel grote windgevoelige bladeren. Om de vierkante tabaksakkers plaatste men in de winter een dichte rij rijshout (o.a. wilgentakken). Eind april zaaide men daar tegenaan de Stiense bonen. Alleen een pronkboon kan men zo vroeg zaaien en groeit met koud weer mooi door. Men verkreeg zo een muur van pronkbonen die de gevoelige tabaksplanten beschermden.
Sommige pronkbonen hebben prachtig dieprood bloeiende bloemen en boden daardoor in tegenstelling tot de wit bloeiende andere bonensoorten een mooi uitzicht en afwijkend contrast; er zijn overigens ook lichtrode, roze en witte varianten. Deze boon is duidelijk minder windgevoelig en beter bestand tegen barre omstandigheden dan de overige bonensoorten.
De tabaksarbeiders mochten de rijpe peulen plukken en de bonen werden op de vloer in de drogerij dan ook nagedroogd. Deze arbeiders aten de Stiense bonen vaak met appeltjes (‘Zoete Veentjes’) en gerookt spek.
De Stiense bonen die in Nederland aanwezig zijn, zijn nakomelingen van drie collecties:
1) uit de Historische Tuin in Aalsmeer
2) via de Duitse IPK Genenbank in Gatersleben, deze is daar uit Oude Wetering (vermoedelijk Zuid-Holland) in 1980 gekomen
3) via de collectie Eeuwig Moes (De Oerakker), hierin zitten door Ruurd Walrecht verzamelde Stiense bonen die volgens hem uit Zuid-Holland afkomstig zijn.
De eerste en de derde vorm hebben paarse zaden met de zwarte stiptekening geconcentreerd rond de navel, de tweede meer rossige zaden met een lichte stiptekening en wat meer bruinrossige zaden met zwarte vlekjes.
Geschiedenis van het product
In 1696 schreef Abraham Munting in zijn boek Nauwkeurige beschrijvingen der aardgewassen het volgende over de Piet Hein boon: “En Phaseolus americanus niger flore phoeniceo of zwarte Amerikaanse boon met een als brandende mooie rode kleur die het oog zeer bevallig is. Door velen Piet Heins bonen genoemd, omdat de admiraal Piet Hein die in 1628 de Spaanse zilvervloot genomen heeft, de bonen als eerste uit Amerika naar Europa bracht. Deze boon vertoont qua beschrijving veel overeenkomst met de Kollumer zwarte pronkboon, die nog door De Wouden verhandeld wordt. De familie Kunnen in Ureterp (Friesland) is de laatste die deze pronkboon nog teelt. Deze boon lijkt sprekend op de Mexicaanse ayocote boon.
Niet ongeheel denkbaar is dan ook dat Stiense een verbastering is Westindische (‘Stindische, waarbij de W en E worden ingeslikt) wordt dan Stinse en vervolgens Stiense. Punt is namelijk dat bekend is (zie hiervoor) dat pronkbonen bij de tabaksteelt vanaf 1615 gehouden werden. Echter, dit was tijdens het 12-jarig bestand (1609-1621), Nederland mocht toen geen handel onderhouden met Zuid-Amerika, maar deed dat illegaal wel via tussenhandel. Nog verder doorgevoerd is het niet geheel ondenkbaar dat de Nederlanders deze bonen Stiense bonen noemden om voor de Spanjaarden te verbloemen waar ze vandaan kwamen, en dat na de getekende vrede deze benaming werd aangehouden. De herkomst van deze bonen mocht namelijk niet bekend worden en werd nergens opgeschreven.
De Stiense bonen zijn dan door handelaren en later eventueel door de West-Indische Compagnie (WIC, opgericht in 1621) meegebracht uit Zuid-Amerika (West-Indië). Een mogelijkheid zou zijn dat deze bonen als onderdeel van de Zilvervloot terecht gekomen zijn bij koning Willem III (1650-1702). Hij en zijn vrouw Mary hielden van tuinieren en onderhielden bij Honselersdijk in Zuid-Holland een groot jachtslot met moestuin.
Vanuit Honselersdijk kunnen zowel de Piet Hein boon als andere Stiense bonen of pronkbonen bij de tabakstelers in Oude Wetering en andere dorpen terecht zijn gekomen (een afstand van nog geen 40 km). Via Mary zouden de bonen in het Angelsaksische gebied terecht zijn gekomen en de naam Dutch case-knife beans en vervolgens runner beans (White Dutch runner) gekregen hebben. De Engelsen hadden namelijk helemaal geen Zuid-Amerikaanse kolonies en via Engeland zijn deze bonen evenals de kalkoen teruggebracht naar Noord-Amerika.
Culinair
De pronkboon kan net als de snijboon fijngesneden worden gegeten. Het begin en het eind van de peul worden niet gebruikt. De pronkboon heeft een meer uitgesproken smaak dan de snijboon. De peul is groen en 25-29 cm lang. Pronkbonen moeten jong gegeten worden, omdat zich anders op de rugnaad van de peul een draad gaat vormen. Vroeger werd bij het klaarmaken de draad van de peul getrokken. Er is ook een ras dat geen draad vormt. Van rijpe peulen kunnen alleen nog de zaden oftewel bonen gegeten worden. De zaden kunnen zowel vers als gedroogd en daarna weer geweekt gegeten worden. In Nederland worden ze dan ‘scheiers’ genoemd.
Verrassend is dat deze van oorsprong sierbonen een lekkere smaak hebben en kleurvast zijn.
Verkrijgbaar
Zaden
Tuinen van weldadigheid
Hospitaallaan 48
9341 AH Veenhuizen
0592 388 414
www.detuinenvanweldadigheid.nl/
info@detuinenvanweldadigheid.nl
Leverancier/producent:
Waldfarming
Miedwei 4
9258 GR Jistrum
Tel: 0512-745183
Mob: 06-14408358
www.waldfarming.nl
info@waldfarming.nl
Hortus Populus Bodegraven, pluk en oogst tuin
Ter hoogte van het Afvalbrengstation Portugalweg 6, 2411 PR Bodegraven
info@hortuspopulus.nl
www.hortuspopulus.nl
Zwarte bonen
De kleine, glimmende, zwarte schildpadboon (vertaald uit het Engels), is vooral populair in de Latijns-Amerikaanse keuken. Hij wordt vaak simpel de zwarte boon genoemd (frijol negro in het Spaans, feijão preto in het Portugees), al kan dit verwarring met andere typen zwarte bonen veroorzaken. Het is een stamboon die behoort tot de gewone boon (Phaseolus vulgaris). De boon kan gedroogd bewaard worden, maar wordt ook veel geconserveerd in blik of glas. Gedroogde zwarte bonen moeten voor het koken ongeveer 8 uur geweekt worden, waarna ze een uur gekookt moeten worden.
De zwarte boon heeft een dichte, vleesachtige textuur en een smaak die doet denken aan champignons, wat hem populair maakt in vegetarische gerechten. Het is een zeer populaire boon in verschillende delen van Brazilië en wordt gebruikt in het nationale gerecht, feijoada. Het is ook het belangrijkste ingrediënt van Platillo Moros y Cristianos in Cuba, mag niet ontbreken in het typisch Costa Ricaans en Nicaraguaans gerecht gallo pinto. Ook wordt hij vaak gegeten in bijna heel Latijns-Amerika en ook in veel Latijns-Amerikaanse enclaves in de Verenigde Staten. De zwarte boon wordt ook veel gebruikt om soep van te maken, die vaak met Cubaanse crackers wordt gegeten.
De huid van gedroogde zwarte bonen bevat anthocyaan. Volgens een onderzoek uit 2003 gaat het om een gehalte van 0−2,78 mg/g.[1]
Zaaien vanaf half mei tot eind juni bij gunstig weer. Eventueel onder glas zaaien vanaf half april in potjes of zaaibakjes. Uitplanten wanneer de plantjes ca.10 cm. groot zijn, d.i. na half mei. Zaaien op rijen, onderlinge afstand in de rij ca. 10 cm. Rijafstand 40-50 cm. Of op pollen zaaien, d.w.z. men legt 4 of 5 bonen bij elkaar. De onderlinge pollenafstand ca. 50 cm. Gebruik geen verse stalmest voor de teelt van bonen. Bonen verlangen veel warmte. Zaai daarom niet te vroeg. Ideale temperatuur 18-21 graden bij kiem. Bij droogte (schraal weer met noord en oosten winden) regelmatig water geven. Oogsttijd afhankelijk van zaaitijd en teeltwijze, van juli tot in oktober.